Vleermuis

Vleermuizen horen tot de orde ‘Chiroptera’. Chiro betekent hand en ptera betekent vleugelig, het zijn dus handvleugeligen. Ook al lijken ze vreemd voor ons, en vaak angstaanjagend, toch zijn het volstrekt normale dieren. Veel mensen hebben wel eens een vleermuis zien vliegen op een mooie zomeravond, maar meer dan dat weten ze er niet van. Daarom hebben heel wat mensen een beetje angst voor deze dieren. Dat is natuurlijk helemaal niet nodig. Het zijn juist heel nuttige dieren die absoluut onze bescherming nodig hebben en wettelijk ook krijgen.

 

Vleermuizen gevaarlijk?

Nu wordt er vaak gezegd dat vleermuizen hondsdolheid hebben en dus gevaarlijk zijn. Dit is echter niet altijd waar. Het is wel belangrijk dat u de kinderen er op attendeert dat het kan dat een vleermuis het virus heeft en dat je dus een vleermuis nooit moet aanraken. In Nederland heeft nog niemand, ook geen huisdieren het virus gekregen. U kunt de ziekte namelijk alleen maar krijgen als u door een besmette vleermuis wordt gebeten of als u met een wondje op bijvoorbeeld uw handen met een vleermuis in aanraking komt. Vleermuizen kunnen niet zo goed zien en ‘kijken’ daarom via hun oren: ze luisteren naar de echo’s van kreetjes die ze meestal met hun mond uitstoten en krijgen zo een beeld van de omgeving. Dat betekent dat ze – als ze rond willen kijken – hun bek ver open sperren en hoge piepgeluidjes maken. Hoewel zo’n geopende bek er best eng uit kan zien betekent het dus niet dat de vleermuis agressief is. Een vleermuis zal zich zoals ieder ander wild dier natuurlijk wel verdedigen als u hem probeert op te pakken. Zolang u dus niet probeert een vleermuis te vangen of hem met blote handen vast te pakken, is er niets aan de hand. Hieronder wordt wat meer verteld over het virus en bij welke vleermuizen het in Nederland voorkomt.

Vleermuizen kunnen (net als de meeste andere zoogdieren) ziektes overbrengen. Vaak worden vleermuizen beschreven als het dier dat altijd hondsdolheid heeft. Het is echter een algemene misvatting dat de meeste vleermuizen deze ziekte hebben. In werkelijkheid is bij slechts enkele soorten vleermuizen een soort hondsdolheidvirus gevonden. Het virus dat wel bij een aantal soorten vleermuizen is aangetroffen wordt het European Bat Lyssa (EBL) Virus genoemd. Van de 21 in Nederland voorkomende soorten vleermuizen is bij 2 soorten vastgesteld dat deze met hondsdolheid besmet kunnen zijn. Dit betreft de laatvlieger en de meervleermuis. Van de laatvlieger is de laatste jaren gemiddeld 15-20% van de voor onderzoek aangeboden laatvliegers positief op het EBL-virus getest. Het percentage besmette dieren van de totale populatie laatvliegers in Nederland is waarschijnlijk veel kleiner. Onder meervleermuizen komt het virus nauwelijks voor. Bij verreweg de meeste soorten vleermuizen in Nederland is rabiës niet aangetoond. Omdat de verschillende soorten vleermuizen lastig te herkennen zijn, is het toch belangrijk om altijd alert te zijn. Overigens is bij de meest voorkomende vleermuis in Nederland – de gewone dwergvleermuis – het virus nooit gevonden, ook niet buiten Nederland.

Wat moet je doen als je een vleermuis vindt?

– Raak de vleermuis niet aan!
– Wilt u de vleermuis toch weg hebben, omdat hij op een vervelende plaats ligt doe dit dan met een potje.
– Zet deze op de vleermuis en schuif met een kartonnetje de vleermuis in het potje.
– Waarschuw een deskundige bij u in de buurt.

voor meer informatie surf naar VLEERMUIS.net

Share