Categorie: Uncategorized

  • Leven vleermuizen solitair of in groepen

    Leven vleermuizen solitair of in groepen?

    Zijn vleermuizen kuddedieren of leven zij solitair? Ooit was dat eenvoudig (althans, dat dacht ik): de vrouwtjes kwamen tijdens het kraamseizoen bij elkaar, terwijl de mannetjes solitair leefden. Maar hoe meer ik lees, des te ingewikkelder het blijkt te zijn.

    Het concept van de kraamkolonie staat nog altijd overeind. Daarnaast bestaan er mannenkolonies, waarin de mannetjes bijeen zitten terwijl zij het paarseizoen afwachten, en gemengde groepen. Een gemengde groep bestaat uit mannetjes en vrouwtjes die zich niet voortplanten of al klaar zijn met het grootbrengen van hun jongen.

    Zo’n kraamkolonie is een ingewikkeld fenomeen. Leeft zo’n kolonie op één locatie of maakt zij gebruik van meerdere locaties? Dat blijkt niet zo eenvoudig te beantwoorden.

    Er is onderzoek gedaan naar de meervleermuis, en bij deze soort komen beide vormen voor. Zo kan er bijvoorbeeld een kerkzolder zijn waar een kraamkolonie gedurende het hele kraamseizoen (van april tot begin juni) bijeen blijft. Dat betekent echter niet dat de dieren gedurende die hele periode op exact dezelfde plek hangen. Een kerkzolder is groot en biedt voldoende mogelijkheden om zich te verplaatsen. De ene keer hangen de dieren aan de zuidkant, enkele dagen later hangen zij (deels) aan de westkant. Hoewel dit nog steeds dezelfde zolder betreft, rijst de vraag: is dit één locatie of zijn het meerdere locaties? De afstanden tussen de verschillende hangplaatsen kunnen immers tientallen meters bedragen.

    Een andere situatie doet zich voor wanneer een kraamplek, oftewel een hoofdverblijfplaats, wat kleiner is. Dan moet je niet vreemd opkijken als je enkele dagen later terugkomt en de verblijfplaats grotendeels leeg blijkt te zijn. Een groep vrouwtjes kan zich namelijk verdelen over verschillende verblijfplaatsen, waarbij zij hun jongen meenemen. Deze vaak kleinere verblijfplaatsen worden satellietverblijfplaatsen genoemd. Denk bovendien niet dat de afstanden tussen deze verblijfplaatsen groot zijn; ook hier kan het gaan om slechts 20 tot 30 meter.

    Om een beeld te geven van het aantal verblijfplaatsen dat gebruikt kan worden: bij één kolonie zijn maar liefst zeventien verblijfplaatsen aangetroffen. De kans is dan groot dat je als vleermuisteller voor een leeg verblijf komt te staan :-).

    Bronnen:

    Van Horssen, M. & Haarsma, A. (2025). Zoek het netwerk van vleermuizen. De Levende Natuur, 126(5), 173–179.

    Foto’s:

    Foto van meervleermuis: Door Gilles San Martin from Namur, Belgium – Myotis dasycneme, CC BY-SA 2.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=7850767

    Foto van kolonie meervleermuizen: CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=17194

  • Buurse heeft vleermuizen

    Buurse heeft vleermuizen

    Vol enthousiasme trokken wij naar Buurse. Blij gemaakt met verhalen over wel 450 uitvliegende vleermuizen (weliswaar niet in 2026) en met ons respectabele aantal van 74 van vorige week vers in ons geheugen, gingen wij wederom schouwen bij een huis. Deze keer betrof het een boerderij vlak buiten Buurse. Afgelopen week werden er hier ruim 90 geteld; dit moest een succesvolle avond worden.

    Om kwart voor tien zaten wij daar, net als vorige week, met zijn drieën naast elkaar op stoeltjes, waardoor wij twee muren van de boerderij konden overzien. Het begon donker te worden en het was wat bewolkt. Om 22.09 uur vertrok de eerste gewone dwergvleermuis uit de boerderij. Wij waren er klaar voor!

    Maar de vleermuizen hadden andere plannen. Er vlogen geregeld gewone dwergvleermuizen en laatvliegers boven ons hoofd, maar meer dan één exemplaar hebben wij niet uit de boerderij zien vertrekken. Waar zou dat toch aan liggen? Dat was een vraag waar wij ruim de tijd voor namen om over te filosoferen.

    Met zijn drieën bespraken wij mogelijke oorzaken voor het uitblijven van de vleermuizen. Lag het aan verstoring? Was er iets veranderd aan de temperatuur van hun verblijfplaats dat hun niet zinde, was dit normaal verhuisgedrag, of was de kraamkolonie uit elkaar gevallen? Dat is immers wat er gebeurt met kraamkolonies aan het einde van de kraamtijd. Maar was het daar niet nog wat te vroeg voor?

    Terug thuis dook Hillie in de literatuur en vond op de pagina over de laatvlieger in een BIJ12-document het volgende:

    Laatvliegers zijn sociale dieren die in de kraamperiode groepen vormen van soms meer dan 200 vrouwtjes. Deze groepen gebruiken niet één verblijfplaats, maar een netwerk van locaties. Dit netwerk bestaat vaak uit meerdere gebouwen die dicht bij elkaar liggen. De dieren verhuizen regelmatig tussen deze plekken. Dat doen ze om warmte te zoeken, verstoring te vermijden of parasieten te ontlopen. Soms wisselen ze elke paar dagen van hoofdverblijfplaats. Dit gedrag maakt duidelijk hoe belangrijk het is om meerdere verblijfplaatsen te beschermen. Verlies van één verblijfplaats kan grote gevolgen hebben. Laatvliegers zijn gevoelig voor veranderingen aan hun vaste plekken, zoals aanpassingen aan invliegopeningen.

    In een ander document van BIJ12 valt het volgende te lezen:

    Uit verschillende Duitse studies blijkt dat een kraamkolonie doorgaans gebruikmaakt van een netwerk van meerdere verblijfplaatsen die dicht bij elkaar liggen. Binnen dit netwerk verhuist de kolonie tussen verschillende kraamverblijven. Daarnaast maken delen van de kolonie of individuele dieren soms tijdelijk gebruik van andere nabij gelegen verblijfplaatsen. Rosenau (2001) rapporteerde zes kraamverblijven binnen een straal van 150 meter van elkaar, met daarnaast nog vijf andere verblijfplaatsen binnen 200 meter. In haar proefschrift verwijst zij naar meerdere onderzoeken waarin netwerken van kraamverblijfplaatsen varieerden van vier tot wel 31 verschillende locaties.

    Ons vermoeden is dat wij er nooit precies achter zullen komen waarom wij vanavond slechts één vleermuis hebben zien uitvliegen. Wat mooi dat vleermuizen daardoor zo interessant blijven! 🙂

    Tekst: Kevin

    Fotos: Hillie & Erika

    Bronnen:

    https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/kennisdocument-laatvlieger/
    https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/kennisdocument-gewone-dwergvleermuis/

  • Teensy Bats 2.0

    Teensy Bats 2.0

    Al sinds eind 2025 is een groep enthousiaste mensen bezig met het bouwen van nieuwe vleermuisdetectoren, gebaseerd op het Teensy Bat-concept van Edwin Houwertjes.

    Als stichting hebben wij enkele jaren geleden al vleermuisdetectoren gebouwd. Daarbij kwamen we een aantal aandachtspunten tegen. Zo werd de batterij soms warm en zette deze uit, waardoor hij tegen de printplaat aandrukte. In sommige gevallen stopte de detector daardoor met werken.

    Van die ervaringen hebben we geleerd. Daarom hebben we nu gekozen voor een iets ander ontwerp van de behuizing. Met behulp van een 3D-printer maken we onze eigen kastjes, waardoor de batterij meer ruimte heeft. Bovendien is de detector hierdoor eenvoudiger uit elkaar te halen én weer in elkaar te zetten, zelfs voor een leek (zoals ik).

    Een ander voordeel van het werken met een 3D-printer is dat we nu vleermuisdetectoren in allerlei kleuren kunnen maken. Zo zijn er inmiddels gouden, rode en oranje detectoren in omloop. Dat lijkt misschien een klein detail, maar als je in het donker een zwarte detector ergens neerlegt en hem tien minuten later terug moet vinden, blijkt dat niet altijd even eenvoudig. Met deze opvallende kleuren hopen we dat een stuk makkelijker te maken.

    Sinds eind 2025 komen we met ongeveer tien mensen eens per zes weken bij elkaar om te solderen, software te installeren, plannen te maken, de laatste ontwikkelingen op het gebied van vleermuizen uit te wisselen en vooral ook om gezellige bijeenkomsten met elkaar te hebben.

    De eerste detectoren zijn inmiddels voltooid en de laatste exemplaren zijn bijna klaar. Zodra iedereen zijn detector gereed heeft, organiseren we een testavond. Met zes à zeven nieuwe detectoren gaan we dan op pad om ze in de praktijk uit te proberen. Misschien stappen we op de fiets, misschien maken we een wandeling. Uiteraard ontbreekt de koffie niet. Op deze manier worden onze nieuwe detectoren officieel ingewijd.

    Kom je ons onderweg tegen? Spreek ons gerust aan. We laten met trots onze nieuwe speeltjes zien!

    Tekst: Kevin
    Foto’s: Hillie & Douwe

  • Vier campingstoeltjes op een rij

    Vier campingstoeltjes op een rij in de voortuin. Meer hadden wij niet nodig, want het schouwspel speelde zich boven onze hoofden af. Vanaf 21.45 uur zaten wij klaar met onze detectoren, kletsten nog wat en keken allemaal naar boven. Wat zou er onder de dakpannen en uit de ventilatiegaten tevoorschijn komen?

    Wij waren uitgenodigd door een ecologe die een kraamkolonie in huis had. Althans, in de spouwmuur en onder de dakpannen. De vleermuizen kon zij namelijk horen op momenten dat zij op zolder aan het werk was. Overdag maken vleermuizen geluiden die voor mensen hoorbaar zijn, een goede indicatie dat er vleermuizen aanwezig zijn.

    Vanaf 22.00 uur begon het feest en werden wij vermaakt door de vleermuizen die naar buiten vlogen. Af en toe vloog er eentje uit, dan weer twee en soms drie of meer achter elkaar. Eerst een stukje naar beneden vallen om snelheid te genereren, en dan ervandoor. Soms maakten ze, speciaal voor ons, nog een rondje boven onze hoofden voordat ze op zoek gingen naar water of voedsel om de nacht goed te beginnen.

    Het tellen was niet eenvoudig, doordat zij uit verschillende delen van het dak tevoorschijn kwamen (zie rode pijlen op de foto). Wij moesten scherp zijn, niet te veel kletsen en vooral niet te vaak naar onze Teensy Bats kijken. Wat opviel, was dat er vleermuizen van verschillende formaten naar buiten vlogen. Minimaal twee soorten hadden dus hun intrek genomen hier in Eibergen. Door toch af en toe een blik op de Teensies te werpen, kwamen wij tot de conclusie dat het om de gewone dwergvleermuis en de laatvlieger ging. Beide soorten staan erom bekend dat zij graag in huizen verblijven, dus theorie en praktijk kwamen mooi overeen.

    Wat ons niet bekend was, was het feit dat zij tijdens de kraamperiode gezamenlijk in een spouwmuur kunnen zitten. Dus toch maar weer de theorie induiken.

    Uiteindelijk kwamen wij in een tijdsbestek van dertig minuten uit op een totaal van 74 uitvliegende vleermuizen, en waarschijnlijk dus ook 74 jongen (mits ieder vrouwtje een jong heeft) die in het huis achterbleven. Wij waren blij met het resultaat, en de eigenaresse ook. De vleermuizen blijven welkom en zijn daar ongetwijfeld eveneens gelukkig mee.

    Kelly, dank voor jouw uitnodiging. Het was voor ons een onvergetelijke avond. Het komt niet vaak voor dat wij zoveel vleermuizen zien uitvliegen.

    Tekst: Kevin

    Foto’s: Hillie

  • St. Antonius basisschool in Vragender

    Eens, na een uitleg over al onze vleermuisactiviteiten werd mij gevraagd of we ook lezingen op basisscholen verzorgden. Tot nu toe niet, maar we grijpen iedere kans aan om het verhaal van de vleermuizen te vertellen, dus het antwoord was ‘Ja, dat willen we wel doen’.

    Dus op 20 mei gingen Judith en ik met laptops, foldermateriaal, vleermuizenpoep en opgezette vleermuizen naar Vragende om daar ruim 120 kinderen en leerkrachten te vertellen over de vleermuizen.

    Tot onze verrassing was de centrale hal prachtig ingericht met een groot diorama van het Vragenderveen. Want dat is het thema waar de school deze periode aan werkt en waar de presentatie over de vleermuis een onderdeel van is.

    We kregen alle hulp van Carla Vrieze, het hoofd van de school en drie stoere jongens uit de bovenbouw zodat alles snel was opgebouwd. En ook de technische ondersteuning bij het aansluiten van de apparatuur op het digibord was perfect.

    Eerst waren de jongste kinderen aan de beurt, de onderbouw. In een geordende rij met hun stoeltje in de hand, kwamen ze allemaal naar de centrale hal. Het was prachtig om de verwachtingsvolle snoetjes te zien en hun verbazing bij de filmpjes. Ze deden allemaal enthousiast mee toen Judith ze een vleermuis op de kop na liet doen en het dak ging er af bij het lied ‘zeg kleine vleermuis’. Allemaal spreiden ze de armen en vlogen mee op de maat van de muziek.

    Een verhaal voor de bovenbouw kinderen vraagt weer een andere presentatie, zij zijn net sponzen en nemen alles op. Dus een unieke kans om veel kinderen tegelijk de belangrijke boodschap “vleermuizen zijn fantastisch” mee te geven.

    Een enkeling was verrast dat ook wij mensen zoogdieren zijn. En ook een foto van het oudste fossiel (55 miljoen jaar) van een vleermuis oogstte verbazing over de ouderdom en het feit dat ze na de dinosaurussen zijn ontstaan.

    Maar ook de scherpe vragen over virussen en natuurlijk corona gingen we niet uit de weg. We hebben ook de bedreigingen voor de vleermuizen besproken zoals de slachtoffers die vallen bij spouwmuur isolatie, of de slachtoffers door de draaiende wieken van de windmolens. Maar vooral ook het grootste gevaar, het winnen en gebruiken van fossiele brandstof.

    Wij kijken terug op een prachtige middag in Vragender en waren verbaasd over de interesse en de aandacht die de kinderen hadden voor ons verhaal. Een TOP SCHOOL, TOP KINDEREN en TOP leerkrachten.

    Judith en Hillie

    Foto’s Carla Vrieze

  • Een frisse avond in Ruurlo

    Wist je dat de hommelvleermuis de kleinste vleermuis ter wereld is? Deze vleermuis weegt slechts 2 gram. En heb je enig idee hoeveel tijd hij actief is per etmaal? Slechts 50 minuten! De hommelvleermuis is actief in twee periodes van 25 minuten (’s ochtends en ‘s avonds).

    Wat ook een opvallend weetje is van de hommelvleermuis, is dat hij niet meer dan 1 kilometer van zijn verblijfplaats wegvliegt. Dit was slechts één van de weetjes waarmee Hillie het publiek wist te boeien. Een ander vleermuisweetje is het feit dat de grootste vleermuis, de vliegende hond, een spanwijdte heeft van maar liefst 1 meter 70. Dit weetje werd vergezeld door een prachtige video waarin een vliegende hond komt drinken bij een meneer die iets vasthoudt dat lijkt op een kopje thee.

    Dat laatvliegers zo’n vijf meikevers per nacht lusten, daar zullen weinig mensen rouwig om zijn. Maar wat wij niet weten — en wat wij dus ook niet konden beantwoorden — is of zij ook een vliegende hert eten. Dat was een goede vraag vanuit het publiek en daarvoor zullen wij nog eens goed de boeken moeten induiken. Dank hiervoor.

    Omstreeks tien over negen gingen wij naar buiten. Het was fris en een beetje bewolkt, maar met 25 mensen liepen wij over de camping, onder de slagboom door de camping af. De eerste vleermuizen vlogen recht over ons heen. Die hadden geen tijd om ons te amuseren met hun vliegkunsten, die hadden honger. Een stukje verderop kwamen er echter laatvliegers en gewone dwergen tevoorschijn. Zij waren op zoek naar eten, en dat eten bleek zich vlak boven onze hoofden te bevinden. Dan krijg je een prachtig schouwspel te zien.

    De meeste detectoren deden het uitstekend. De ledjes brandden, de geluiden waren goed hoorbaar en voortdurend klonk het: “Daar zit hij!” en “Er zit er nog één!”. Zo ging het ongeveer twintig minuten door.

    Omstreeks tien uur werd het te donker om de vleermuizen nog goed te kunnen zien. Wij gingen onze spullen inpakken, brachten nog even een bezoekje aan Jan en vertrokken daarna richting huis.

    Dit was alweer onze vierde excursie van het jaar en we zijn pas halverwege mei. Wat volgt er allemaal nog meer?

    Tekst & Foto’s: Kevin

  • Lang wachten werd beloond

    Voor de tweede week achtereen waren wij te gast bij Recreatiepark Marveld in Groenlo. Een groot park in de Achterhoek waar altijd allerlei activiteiten zijn. Wat te denken van de kidsclub, speurtochten, het Schatertheater en De Weerwolven van Wakkerdam, om er maar een paar te noemen.

    En toch lukt het de vleermuizen om geregeld volle zalen te trekken, en vanavond was het niet anders. Dik 50 mensen kwamen luisteren en kijken naar alles over vleermuizen. De verwachtingen waren hoog, want met een temperatuur van 17 graden en een rustig windje waren de vooruitzichten uitstekend!

    Er werd begonnen met een lezing waarbij over en weer vragen werden gesteld. De kinderen zagen een vleermuis onder de slagroom — of was het toch scheerschuim? Helaas geen van beiden: het was isolatieschuim waarin een vleermuis, die een veilige plek in een spouwmuur dacht te hebben gevonden, bedekt was geraakt. Slagroom of scheerschuim spoel je gemakkelijk weg, maar dit isolatieschuim is veel lastiger te verwijderen. Het resultaat is een vleermuis met kale plekken, waar de vacht is weggeknipt.

    Wij gingen ruimschoots voor zonsondergang naar buiten, en dat hebben we geweten. Het was licht — te licht voor vleermuizen — waardoor er tijd was voor nog meer vleermuisverhalen en de spanning opliep over wie de eerste zou zien.

    En ja hoor, omstreeks 21.15 uur verschenen de eerste vleermuizen boven de grote vijver van Marveld. De eersten vlogen de vijver over op weg naar een andere locatie, maar kort daarna waren ze cirkelend boven onze hoofden te zien. Als eerste werden de gewone dwergvleermuizen gespot, gevolgd door de laatvliegers, waarbij zowel het geluid, formaat als vlieggedrag duidelijk anders is.

    Een wandeling naar de beek aan de andere kant van Marveld leverde geen watervleermuizen op, alleen koude vingers. Tijd om deze geslaagde avond te beëindigen, op te ruimen en richting huis te gaan.

    Tekst: Kevin

    Foto’s: Kevin

  • Open dag bij het Dierenopvangcentrum Enschede

    Om 10.30 uur (18 april 2026) stonden wij er met ons materiaal om een kraam te versieren met al het moois dat wij wat betreft vleermuizen hebben. Een groot voordeel is onze koffer op wieltjes: openklappen en binnen de kortste keren was onze kraam voorzien van flyers, vleermuisglazen en zelfgemaakte houten vleermuizen.

    De aandacht werd vooral getrokken door de twee opgezette vleermuizen naast een ringmus. “Zijn vleermuizen werkelijk zo klein?” kregen wij regelmatig te horen. Wat wij ook hoorden, was dat mensen de tandjes en de kleine kraaloogjes zo schattig vonden. “Eigenlijk zijn vleermuizen zo eng nog niet,” was iets wat wij ook vernamen.

    Gelukkig hoorden wij dat veel mensen ze ’s zomers om het huis heen zagen vliegen. Dus ondanks alle uitdagingen waar vleermuizen voor staan, lukt het velen om de winters door te komen en mensen in de zomer tijdens het jagen te blijven verwonderen.

    Het was een frisse dag, dus zitten achter onze kraam was niet voldoende om warm te blijven. Wij trokken eropuit om andere kraampjes te bezoeken en mensen te spreken. Naast ons stond een kraam van een mijnheer die uit metalen afvalonderdelen van heftrucks de meest prachtige kunstwerken wist te maken, terwijl tegenover ons iemand zat die nestkastjes maakte waarbij geen twee hetzelfde waren. Toch wel anders dan de standaardkasten die je in de winkel kunt kopen. Maar of vogels hierop hun keuze baseren, is ons onbekend.

    De flyers die wij hadden, van de Zoogdiervereniging, vonden al snel een plek in de tassen van de mensen — dit is tenslotte de reden dat wij ze hebben. Tijd om eens contact op te nemen met de Zoogdiervereniging voor een nieuwe bestelling. Hopelijk zijn wij op tijd voor ons excursieseizoen 🙂

    Visitekaartjes hebben wij niet, wel een banner (dank aan de maker), en die trok aandacht en werd regelmatig op de foto gezet. Hierop staan namelijk onze gegevens.

    Het meest tastbare resultaat van de open dag was dat wij met drie vleermuiskasten heen gingen en met één vleermuiskast vertrokken. Laten wij duimen dat deze kasten snel bezet zullen zijn.

    Tekst: Kevin

    Foto’s Hillie & Kevin

  • Een technisch stukje over vleermuizen

    Je kijkt omhoog een vleermuiskast in en maakt meteen oogcontact met één of meerdere vleermuizen. Tja, daar sta je dan: met jarenlange ervaring en tegelijk geen idee naar welke soort je zit te kijken. De winter leent zich er uitstekend voor om je te verdiepen in de kenmerken van de verschillende soorten.

    Op onderzoek naar de vleermuissoort

    Dus kwamen wij met vijf enthousiastelingen bij elkaar om in ons clubhuis — met leesbril — te turen naar foto’s van vleermuizen en ze op naam te brengen. Vanzelfsprekend gaat het dan over de Latijnse naam, want zulke experts zijn wij!!

    Naar welke kenmerken kijk je?

    Om te beginnen zijn de oren heel belangrijk: de kleur, de grootte, de dwarsstrepen en, niet te vergeten, de tragus — allemaal belangrijk om de soort te herkennen. Laten we simpel beginnen met de oren (en vandaag houden wij het hier bij).

    Oren van vleermuizen verschillen per soort. Als je een oor goed kunt zien, geeft dat dus houvast bij het bepalen met welke soort je te maken hebt. Grote oren, kleine oren, puntige oren, stompe oren, oren met veel of weinig dwarsstrepen en met of zonder beharing — wat een kenmerken alleen al aan de oren!

    Wij mensen hebben slechts vier oorspieren en daardoor zijn onze oren bij de meeste mensen niet beweegbaar. Denk daarentegen aan een kat, waarbij de oren vele standen kunnen aannemen en zo voor communicatie worden gebruikt. Deze beweeglijkheid is er ook bij vleermuizen. Sommige soorten hebben maar liefst twintig oorspieren, waardoor de oren recht overeind kunnen staan, maar ook weggestopt kunnen worden onder de vleugels. Dit maakt het leven niet eenvoudig voor ons als “vleermuisdeskundigen”.

    Aan de voorkant van het oor zit de tragus, of het oordeksel. Dit is een verhard deel nabij de gehooringang en vormt een kenmerk waarmee je kunt bepalen in welk geslacht een vleermuis thuishoort. Met geslacht wordt hier niet de sekse bedoeld, maar een niveau binnen de taxonomische indeling. Het voert hier te ver om in te gaan op de volledige taxonomie van Nederlandse vleermuizen — mogelijk iets voor een andere keer.

    Door te kijken naar de tragus kun je snel een grove indeling maken. Is de tragus spits toelopend, dan heb je waarschijnlijk met een Myotis-soort te maken. Is de tragus afgerond (paddenstoelachtig), dan is de kans groot dat je een Nyctalus– of Vespertilio-soort ziet. Bij een ovale tragus kun je denken aan een Pipistrellus-soort. Dat dit een zeer grove indeling is, mag duidelijk zijn — maar ergens moet je beginnen 🙂

    Genoeg geweest voor vandaag. Een volgende keer volgen meer technische details.

    Tekst: Kevin

    Gastvrijheid: Joeke

    Docent: Hillie

    Foto turen naar foto’s: Hillie

    Foto vleermuizen: Jan

    Vleermuis in handschoen: Watervleermuis

    Vleermuis op stuk hout: Twee kleurige vleermuis

    PS: Op de twee vleermuisfoto’s is de tragus rood omcirkeld.

  • Januari is winterverblijfcontrole

    In januari hebben wij één belangrijke activiteit op onze agenda staan: het controleren van ons adoptie-winterverblijf. Het is niet onze eigen kelder; het betreft privé-eigendom. Wel zijn wij er meerdere keren per jaar voor verschillende activiteiten, waaronder een januaritelling.

    Dit jaar hadden wij een nieuwe crew en de grote vraag was of nieuwe ogen ook nieuwe vleermuizen zouden zien. Wij waren met drie mensen. Aan ervaring was er dit jaar geen gebrek: één van de tellers was net terug van een lang weekend vleermuizen inventariseren in Polen. Daar had zij ‘tapijten’ van vleermuizen gezien, oftewel tientallen vleermuizen bij elkaar, waardoor het plafond of muur niet meer zichtbaar was. De tweede persoon telde al vele verblijven hier in Nederland en wist veel te vertellen over de harde en zachte kenmerken van de verschillende soorten in winterverblijven. Een zacht kenmerk is bijvoorbeeld de kleur van de buikvacht; deze kan variëren met de leeftijd. De tragus daarentegen is een hard kenmerk.

    Eenmaal binnen was het bukken geblazen. Het winterverblijf is zo’n 1,70 meter hoog en zelf tik ik de 1,80 meter aan. Het plafond bestaat uit bakstenen die voorzien zijn van vele gaten, ideaal voor vleermuizen om in weg te kruipen. Althans, dat is de gedachte. Na het controleren van alle gaten bleek dat vleermuizen daar blijkbaar anders over denken: er werden geen vleermuizen in de gaten aangetroffen.

    Onze eerste vleermuis hing aan de muur en was duidelijk zichtbaar: een franjestaart. Daarmee was de telling begonnen. Vervolgens vonden wij twee gewone grootoren in een vleermuissteen en één grootoor die eenzaam aan het plafond hing. Het waren niet de tapijten zoals die in Polen zijn gevonden, maar voor ons is dit een zeer succesvolle telling.

    Naast vleermuizen is er nog ander leven in een vleermuiskelder. Behalve naaktslakken en insecten zijn er ook zo’n elf kleine watersalamanders gevonden die overwinterden in het winterverblijf. Vreemd is dit niet, aangezien zij graag op zoek gaan naar vochtige, donkere plaatsen om de winter door te brengen. Vreemd wordt het pas als ze overwinteren in oude nesten van de meerkoet. Daarvoor mag je gerust het internet raadplegen.

    Conclusie: vier overwinterende vleermuizen is iets om trots op te zijn.

    Tekst: Kevin

    Foto’s: Kevin