Buurse heeft vleermuizen

Buurse heeft vleermuizen

Vol enthousiasme trokken wij naar Buurse. Blij gemaakt met verhalen over wel 450 uitvliegende vleermuizen (weliswaar niet in 2026) en met ons respectabele aantal van 74 van vorige week vers in ons geheugen, gingen wij wederom schouwen bij een huis. Deze keer betrof het een boerderij vlak buiten Buurse. Afgelopen week werden er hier ruim 90 geteld; dit moest een succesvolle avond worden.

Om kwart voor tien zaten wij daar, net als vorige week, met zijn drieën naast elkaar op stoeltjes, waardoor wij twee muren van de boerderij konden overzien. Het begon donker te worden en het was wat bewolkt. Om 22.09 uur vertrok de eerste gewone dwergvleermuis uit de boerderij. Wij waren er klaar voor!

Maar de vleermuizen hadden andere plannen. Er vlogen geregeld gewone dwergvleermuizen en laatvliegers boven ons hoofd, maar meer dan één exemplaar hebben wij niet uit de boerderij zien vertrekken. Waar zou dat toch aan liggen? Dat was een vraag waar wij ruim de tijd voor namen om over te filosoferen.

Met zijn drieën bespraken wij mogelijke oorzaken voor het uitblijven van de vleermuizen. Lag het aan verstoring? Was er iets veranderd aan de temperatuur van hun verblijfplaats dat hun niet zinde, was dit normaal verhuisgedrag, of was de kraamkolonie uit elkaar gevallen? Dat is immers wat er gebeurt met kraamkolonies aan het einde van de kraamtijd. Maar was het daar niet nog wat te vroeg voor?

Terug thuis dook Hillie in de literatuur en vond op de pagina over de laatvlieger in een BIJ12-document het volgende:

Laatvliegers zijn sociale dieren die in de kraamperiode groepen vormen van soms meer dan 200 vrouwtjes. Deze groepen gebruiken niet één verblijfplaats, maar een netwerk van locaties. Dit netwerk bestaat vaak uit meerdere gebouwen die dicht bij elkaar liggen. De dieren verhuizen regelmatig tussen deze plekken. Dat doen ze om warmte te zoeken, verstoring te vermijden of parasieten te ontlopen. Soms wisselen ze elke paar dagen van hoofdverblijfplaats. Dit gedrag maakt duidelijk hoe belangrijk het is om meerdere verblijfplaatsen te beschermen. Verlies van één verblijfplaats kan grote gevolgen hebben. Laatvliegers zijn gevoelig voor veranderingen aan hun vaste plekken, zoals aanpassingen aan invliegopeningen.

In een ander document van BIJ12 valt het volgende te lezen:

Uit verschillende Duitse studies blijkt dat een kraamkolonie doorgaans gebruikmaakt van een netwerk van meerdere verblijfplaatsen die dicht bij elkaar liggen. Binnen dit netwerk verhuist de kolonie tussen verschillende kraamverblijven. Daarnaast maken delen van de kolonie of individuele dieren soms tijdelijk gebruik van andere nabij gelegen verblijfplaatsen. Rosenau (2001) rapporteerde zes kraamverblijven binnen een straal van 150 meter van elkaar, met daarnaast nog vijf andere verblijfplaatsen binnen 200 meter. In haar proefschrift verwijst zij naar meerdere onderzoeken waarin netwerken van kraamverblijfplaatsen varieerden van vier tot wel 31 verschillende locaties.

Ons vermoeden is dat wij er nooit precies achter zullen komen waarom wij vanavond slechts één vleermuis hebben zien uitvliegen. Wat mooi dat vleermuizen daardoor zo interessant blijven! 🙂

Tekst: Kevin

Fotos: Hillie & Erika

Bronnen:

https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/kennisdocument-laatvlieger/
https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/kennisdocument-gewone-dwergvleermuis/

Vleermuiswandelingen

Samen met het IVN organiseert Vleermuizendorp Neede vleermuiswandelingen in de prachtige omgeving van ons dorp.

Ga naar excursies om het laatste nieuws hierover te lezen.

Contact

KvK 08 11 96 04
Bank NL49 RABO 03 47 06 03 23

Tel. secretariaat: Graag via mail contact opnemen

Mail secretariaat: secretaris@vleermuizendorp.nl