Je kijkt omhoog een vleermuiskast in en maakt meteen oogcontact met één of meerdere vleermuizen. Tja, daar sta je dan: met jarenlange ervaring en tegelijk geen idee naar welke soort je zit te kijken. De winter leent zich er uitstekend voor om je te verdiepen in de kenmerken van de verschillende soorten.
Dus kwamen wij met vijf enthousiastelingen bij elkaar om in ons clubhuis — met leesbril — te turen naar foto’s van vleermuizen en ze op naam te brengen. Vanzelfsprekend gaat het dan over de Latijnse naam, want zulke experts zijn wij!!
Naar welke kenmerken kijk je?
Om te beginnen zijn de oren heel belangrijk: de kleur, de grootte, de dwarsstrepen en, niet te vergeten, de tragus — allemaal belangrijk om de soort te herkennen. Laten we simpel beginnen met de oren (en vandaag houden wij het hier bij).
Oren van vleermuizen verschillen per soort. Als je een oor goed kunt zien, geeft dat dus houvast bij het bepalen met welke soort je te maken hebt. Grote oren, kleine oren, puntige oren, stompe oren, oren met veel of weinig dwarsstrepen en met of zonder beharing — wat een kenmerken alleen al aan de oren!
Wij mensen hebben slechts vier oorspieren en daardoor zijn onze oren bij de meeste mensen niet beweegbaar. Denk daarentegen aan een kat, waarbij de oren vele standen kunnen aannemen en zo voor communicatie worden gebruikt. Deze beweeglijkheid is er ook bij vleermuizen. Sommige soorten hebben maar liefst twintig oorspieren, waardoor de oren recht overeind kunnen staan, maar ook weggestopt kunnen worden onder de vleugels. Dit maakt het leven niet eenvoudig voor ons als “vleermuisdeskundigen”.
Aan de voorkant van het oor zit de tragus, of het oordeksel. Dit is een verhard deel nabij de gehooringang en vormt een kenmerk waarmee je kunt bepalen in welk geslacht een vleermuis thuishoort. Met geslacht wordt hier niet de sekse bedoeld, maar een niveau binnen de taxonomische indeling. Het voert hier te ver om in te gaan op de volledige taxonomie van Nederlandse vleermuizen — mogelijk iets voor een andere keer.
Door te kijken naar de tragus kun je snel een grove indeling maken. Is de tragus spits toelopend, dan heb je waarschijnlijk met een Myotis-soort te maken. Is de tragus afgerond (paddenstoelachtig), dan is de kans groot dat je een Nyctalus– of Vespertilio-soort ziet. Bij een ovale tragus kun je denken aan een Pipistrellus-soort. Dat dit een zeer grove indeling is, mag duidelijk zijn — maar ergens moet je beginnen 🙂
Genoeg geweest voor vandaag. Een volgende keer volgen meer technische details.
Tekst: Kevin
Gastvrijheid: Joeke
Docent: Hillie
Foto turen naar foto’s: Hillie
Foto vleermuizen: Jan
Vleermuis in handschoen: Watervleermuis
Vleermuis op stuk hout: Twee kleurige vleermuis
PS: Op de twee vleermuisfoto’s is de tragus rood omcirkeld.



