Categorie: Uncategorized

  • Laatste week van de zomervakantie op bezoek bij Camping Lolotte

    Wat is het toch met vleermuizen dat zij zoveel mensen op de been krijgen? Komt het omdat ze eng zijn, omdat ze in het donker vliegen, of zelfs in je haren zouden vliegen? Van die drie is alleen het tweede waar, maar dat vleermuizen veel mensen op de been krijgen, staat vast. Vanavond hadden wij zo’n 80 gasten die geïnteresseerd waren in vleermuizen.

    En de vleermuizen stelden niet teleur. Veel gewone dwergvleermuizen vlogen vlak boven ons hoofd op jacht naar hun lievelingsmaal: insecten. Alleen daarom al zouden wij vleermuizen een warm hart moeten toedragen.

    Maar in plaats van een verslag van de mooie avond bij Lolotte, hier een klein pleidooi voor vleermuizen.

    Vleermuizen zijn de enige zoogdieren die écht kunnen vliegen. Ja, er zijn zoogdieren die kunnen glijden, denk aan vliegende eekhoorns. Zij kunnen inderdaad prachtig zweven, maar de wendbaarheid die vleermuizen hebben, ontbreekt bij eekhoorns. Wat dat betreft lijkt het vlieggedrag van vleermuizen meer op dat van zwaluwen. Deze vogels zijn eveneens wendbaar en jagen op insecten in de lucht. Het verschil is dat zwaluwen dit overdag doen, en vleermuizen ’s nachts.

    Iets bijzonders is hun hartslag. Tijdens het vliegen slaat het hart van een vleermuis wel 18 keer per seconde! Dat is tien keer zo snel als jouw hart. Tijdens de winterslaap daarentegen slaat het hart slechts een paar keer per minuut. Wat een verschil!

    Dit zijn slechts enkele bijzondere weetjes over vleermuizen. De 80 gasten bij Camping Lolotte hebben nog veel meer gehoord, zowel vóór als tijdens het genieten van de vliegende vleermuizen.

    Heb jij zelf interesse om meer te weten over vleermuizen? Breng dan een bezoek aan een van de vele vleermuisexcursies dit weekend. Het laatste volle weekend van augustus is namelijk de Nacht van de Vleermuis. Klik hier voor meer informatie.

    Tekst: Kevin

    Foto’s: Erika

    Website: https://www.nachtvandevleermuis.nl

  • Calixtusbasiliek in Groenlo

    Vrijdag 15 augustus stonden wij met drie mensen paraat om de Calixus Basiliek te beklimmen op zoek naar vleermuizen. Omdat het een warme dag zou worden, besloten wij eerst de toren te beklimmen en van bovenaf naar beneden te zoeken.
    De toren is 75 meter hoog (tot aan de haan op de spits). Wij hebben dus ongeveer 70 meter gedeeld door 20 cm = 350 treden beklommen – en uiteraard ook weer afgedaald.

    Tussen, onder en boven de balken speurden wij zorgvuldig, maar helaas zonder resultaat. Geen grootoor (zoals vorig jaar), geen dwergvleermuizen en zelfs nauwelijks uitwerpselen. De zolder was opvallend schoon. Zou dit betekenen dat er regelmatig bezoekers door de toren lopen, waardoor vleermuizen hier geen rust vinden? Wie het weet mag het zeggen! Voor ons was dit teleurstellend en bepaald niet motiverend om de volgende kerken te bezoeken. Maar hoe houden we de motivatie vast?

    Over onze groep
    Ons team bestaat uit 8 mensen. In 2024 bezochten wij voor het eerst 4 zolders en in 2025 staan er 6 op de planning. Kijken we in de Telganger van mei 2023 (zie onderaan voor link), dan vinden we interessante vergelijkingscijfers.

    In 2022 werden er in Gelderland bijna 60 objecten onderzocht. Als dit aantal vergelijkbaar is met nu, dan betekent ons aandeel van 6 objecten dat wij zo’n 10% van alle Gelderse objecten bezoeken. Toch iets om trots op te zijn.
    Vergelijken we ons met andere provincies, dan blijkt dat ons kleine groepje zelfs meer zolders bezoekt dan er in Drenthe, Utrecht, Zuid- en Noord-Holland worden bezocht. Nog een reden om trots te zijn.

    Gemiddelden en motivatie
    Het gemiddelde aantal bezochte objecten per jaar ligt op 234. Daarin worden ongeveer 500 dieren aangetroffen (exclusief grijze grootoor, ingekorven vleermuis en meervleermuis). Dat komt neer op ruim 2 dieren per object (2,14 om precies te zijn).
    Als wij dus 6 objecten controleren, zouden we gemiddeld 6 × 2,14 = 12,84 dieren kunnen verwachten. Daaruit volgt dat we op de 5 zolders die nog voor ons liggen, de vleermuizen eigenlijk wel moeten tegenkomen. Als dát geen motivatie geeft…

    Tekst: Kevin

    Gebruikte bronnen:

    https://calixtus.nl/rkcalixtuskerk

    https://www.zoogdiervereniging.nl/sites/default/files/2023-07/telganger_2023-1.pdf

  • Gespreksonderwerp is vleermuizen – deel 2

    Koffie op, hup in de auto’s en naar de eerste locatie waar de kasten hangen. De kasten hangen in groepjes van 5, 10 of 15 bij elkaar, afhankelijk van de grootte van het terrein. Dit maakt dat je ze in een aardig tempo kunt controleren. Helaas werd onze werksnelheid een paar keer onderbroken doordat we verkeerd reden.

    Gewone Grootoren

    De eerste 30 kasten gingen vlot — logisch als ze leeg zijn. Dat stond wel in contrast met de berichten die we via de mail hadden ontvangen. We waren namelijk lekker gemaakt met het nieuws dat er recent verschillende soorten in de kasten waren gevonden.

    5 Gewone Dwerg in 1 kast

    Rond de veertigste kast was het dan eindelijk raak: er zaten vleermuizen in! Eens wat anders dan de wespen en nachtvlinders die we sporadisch in eerdere kasten tegenkwamen. Een wijsneus meende watervleermuizen te zien, want ze hadden een witte buik. Klinkt aannemelijk, totdat een collega opmerkte dat ze wel heel grote oren hadden. En dat klopte: we keken naar een tiental gewone grootoorvleermuizen. Zij hielden ons ook goed in de gaten.

    Het is een beeld dat ik nooit zal vergeten: allerlei snoetjes met kraaloogjes die in de lichtstraal van de zaklamp naar ons staarden en gewillig bleven zitten terwijl we foto’s maakten. Missie geslaagd.

    Trots op een mooie foto

    En dat was niet de enige kast die bezet was. We kwamen meerdere kasten tegen met gewone dwergvleermuizen, variërend van één tot vijf individuen. En als afsluiter stuitten we nog op een bosvleermuis… of was het toch een rosse? In ieder geval een Nyctalus.

    Wat een dag! Snel door naar een verjaardag, waar iedereen vol begrip had voor het feit dat ik wat aan de late kant was.

    Tekst: Kevin

    Foto’s: Joeke & Hillie

  • Gespreksonderwerp is vleermuizen – deel 1

    Er zijn mensen die uren kunnen praten over voetbal of over de laatste modetrend. Nooit iets van begrepen — lijkt mij zó saai! Maar ik moet bekennen: zodra deze zes mensen (zie foto) bij elkaar zijn, gaat het eigenlijk alleen nog maar over vleermuizen. En dat is nooit saai.

    Vandaag staat het controleren van 75 vleermuiskasten in het buitengebied van Winterswijk op het programma. Maar voordat we daar aan toe kwamen, was er een urgenter probleem dat besproken moest worden.

    Het begon met een gesprek over enkele vleermuizen die verstopt zaten achter de luiken. Waarom zaten ze zo dicht bij elkaar, en waarom met hun kop omhoog? De antwoorden waren voor de meesten van ons onbekend, maar achteraf heel logisch toen Wieneke het ons uitlegde. De reden dat ze zo dicht bij elkaar zaten, was dat het om verschillende soorten ging: een gewone dwergvleermuis en een ruige dwergvleermuis. Twee verschillende soorten, dus geen concurrenten van elkaar.

    Maar waarom met hun kop omhoog? Allereerst: het ging om twee mannetjes, en het was begin augustus.
    Korte uitleg: mannetjes staan 24 uur per dag “aan”.

    En nu de langere uitleg. Begin augustus start de paartijd van bepaalde soorten vleermuizen. Zodra de vrouwtjes geen of weinig zorg meer hebben voor hun jong, verschuift hun aandacht naar volwassen mannetjes. Deze staan paraat om daar gehoor aan te geven. Ze hangen achter de luiken, deels in de zon, want het zijn warmte minnende dieren. Met hun kop omhoog kunnen ze de echolocatiegeluiden van voorbijvliegende dames opvangen en zelf hun lokgeluiden produceren. Zo staan ze startklaar om erachteraan te vliegen zodra dat nodig is.

    Het gesprek verschoof vervolgens naar de komende zoldertellingen: Pieter had nieuwe zolders voor ons geregeld, we bespraken de zelfgemaakte detectoren die problemen gaven, en de laatste én komende excursies.

    Het beloofde dus een interessante dag te worden — en de koffie met chocolade hadden we nog niet eens op.

    En geen voetbal te bekennen 🙂

    Wordt vervolgd……

    Tekst: Kevin

    Foto’s: Joeke & Kevin

  • Vleermuizenavond Hof van Moeder Aarde

    Er waren wat minder bezoekers (13 personen, waarvan 6 kinderen) dan wat we meestal tegenkomen, maar zeker niet minder enthousiast.

    Een beproefde manier van voorlichting over de vleermuizen geven is het van tevoren uitdelen van gele papiertjes met een potlood, zodat alle vragen die er zijn aan bod kunnen komen. Dat was nu ook weer het geval. En het eerste beeld op de computer haalde iedereen meteen bij de les, want ‘’zie het verschil’: er waren een massa vleermuizen te zien, die allemaal sprekend op elkaar leken, maar er was er een bij met oogjes. De vraag of een vleermuis ook blind kan zijn, sloot daar mooi op aan. Het antwoord: zijn bekje (voor de echo’s) en de oren (om ze te horen) zijn veel belangrijker.

    Wanneer worden vleermuizen wakker? Nou, als het schemert, en de (roof)vogels gaan slapen, want anders zouden ze ze tegen kunnen komen, en opgegeten worden.

    Hoe je dichtbij huis ook kunt zorgen voor geschikte schuilmogelijkheden, en waar vleermuizen graag hun veilige plekje kunnen kiezen, dat is een vraag die van de volwassenen kwam. Een paar nestkastjes ophangen, in verschillende windrichtingen zodat ze tussen warm en koeler plekje kunnen kiezen.

    Hoe oud kan een vleermuis worden. Nou, het is eens uitgezocht door een ring om een pootje, en het beestje jaren later weer te vangen: het bleek 41 jaar te zijn.

    Hoe de levenscyclus van vleermuizen is: op dit moment (augustus) zijn de jonkies net volwassen geworden, in september/oktober paren ze en slaat het vrouwtje zaad op in haar lichaam, om het te gebruiken voor bevruchting in januari/februari/maart, als ze uit winterslaap komen en een beetje aangesterkt zijn. De vrouwtjes zogen de kleintjes (het zijn immers zoogdieren), en vormen met elkaar een kraamkolonie en ze passen op elkaars jonkies.

    Hoe zie je of het een mannetjes is of een vrouwtje: net als mensen hebben ze borsten, en de mannetjes een piemel. Poepen en plassen is natuurlijk ook interessant, want ze hangen immers op hun kop: een mooi filmpje van hoe dat gaat, laat dat zien.

    Vleermuizen kunnen zwemmen, en hun beweging lijkt op vlinderslag.

    Er bestaan zo’n 1500 vleermuissoorten, in Nederland wegen ze van 5 gram tot 40 gram, de grootste hier bij ons is de Vale vleermuis.

    En toen naar buiten. We kwamen meteen een aantal gewone dwergvleermuizen tegen, en laatvliegers. Dat was maar goed ook, want het weer verslechterde, en als het regent houdt het op met de insecten in de lucht, en dus ook met de vleermuizen.

    Tekst: Els

    Foto’s: Ip.

  • Kun je vleermuizen aaien

    We waren nog maar net binnen of de eerste mooie vragen kwamen al — vooral van kinderen, maar ook volwassenen wisten ons te verrassen met goede vragen. Een paar voorbeelden: Hoe hoog vliegt een vleermuis? Waarom drinken vleermuizen bloed? Hoe oud wordt een vleermuis? Dit zijn slechts enkele van de vragen die gisteravond bij Tamaring in Ruurlo werden gesteld.

    Een andere interessante vraag was: Kun je een vleermuis aaien? Tja, dat is een gewetensvraag. Vleermuizen hebben een vacht, dus ja, technisch gezien kun je ze aaien. Maar vleermuizen zijn beschermde dieren, en dat betekent dat je ze niet zomaar mag verstoren. Om ze te aaien moet je ze eerst vangen, en daarmee verstoor je ze — en dat mag niet. Dus: het kan wel, maar het mag niet.

    Na ongeveer een half uur leek het er zelfs even op dat we een vleermuis hadden kunnen aaien. Op een bepaalde plek vlogen ze zó laag, dat als we net iets hoger hadden gesprongen, we er misschien eentje hadden kunnen vangen. Maar dat was niet zonder risico geweest — vleermuizen kunnen stevig bijten. Het zijn insecteneters en ze hebben scherpe tanden om insecten met een hard chitinepantser te kunnen opeten.

    Zowel de laatvliegers als de gewone dwergvleermuizen gaven een prachtige show weg. Onze detectoren sloegen flink uit terwijl de vleermuizen hoog en laag vlogen, scherpe bochten maakten en lange rechte stukken aflegden langs de bomenrijen. Het mooie van zo’n gevarieerd landschap is dat er altijd wel een geschikte plek is voor vleermuizen om comfortabel te jagen.

    Ook onze zelfgemaakte detectoren deden het goed — de rode ledjes lichtten op en de microfoons maakten het kenmerkende tik, tik, tik, tik-geluid. Iedereen heeft vleermuizen gezien én gehoord, en dat ondanks de regen overdag.

    Eind augustus keren we nog een keer terug naar Tamaring in Ruurlo, dan voor de Europese Nacht van de Vleermuis. Tot dan!

    Tekst: Kevin

    Foto’s: Joeke, Erika, Judith

  • Vleermuis en Nachtvlinders

    Hierbij een mooie weergave van de nachtvlinders die wij tijdens onze nachtvlindernacht (13 juli) hebben waargenomen:

    1. Schildstipspanner
    2. Grootvlekstippelmot
    3. Aangebrande spanner
    4. Kleine beer
    5. Stro-uiltjes
    6. Graswortelvlinder (aan de appelmoes-kersenlikeurmix)
    7. Schimmelspanner of vierbandspanner – zie foto 16
    8. Eikentopspinselmot
    9. Hemelsleutelstippelmot
    10. V-dwergspanner of papegaaitje? Wie het weet, mag het zeggen
    11. Drietandvlakjesmot
    12. Bleke graswortelmot
    13. Rondvleugelbeertje
    14. Parelmoermot
    15. Gelijnde spitskopmot
    16. Schimmelspanner of vierbandspanner – zie foto 7
    17. Strooiselmot
    18. Salielichtmot

    Andere soorten die we ook zagen, maar die helaas niet lang genoeg stilzaten om te fotograferen, waren de huismoeder en het vaal kokerbeertje.

    Thijs

  • NEM-VTT Rietmolen – Needse Berg

    Wie heeft deze auto zien rijden op vrijdagavond 18 juli?
    Het ging om een rode Renault Twingo met drie mysterieuze inzittenden. Op de ruit zat een sticker met een vleermuis en bordjes met teksten als “25 km/uur max” of “Vleermuisonderzoek”. De auto reed langzaam door het buitengebied van de gemeente Berkelland, terwijl de inzittenden druk in overleg waren over allerlei vleermuisgerelateerde zaken.

    Er stak ook een vreemd apparaat uit het bijrijdersraam – bedoeld om vleermuisgeluiden op te nemen, die later op de computer worden geanalyseerd. Heeft u hen gezien? Geen zorgen: zij zijn u vriendelijk gezind, net als de vleermuizen waar ze naar op zoek zijn.

    Dit ‘rondjes rijden’ maakt deel uit van een van de vele meetprogramma’s van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM), uitgevoerd door de Zoogdiervereniging. Voor vleermuizen bestaan er drie van deze programma’s: de zoldertellingen (zie: Zoldertellingen), wintertellingen (waar wij niet aan meedoen), en de Vleermuis Traject Tellingen (VTT), oftewel het ‘rondjes rijden’.

    Bij de VTT ligt de focus op vier specifieke soorten, de zogenoemde doelsoorten:

    • gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus)
    • ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii)
    • rosse vleermuis (Nyctalus noctula)
    • laatvlieger (Eptesicus serotinus)

    In het najaar worden de gegevens geanalyseerd en doorgegeven aan het CBS. Zij gebruiken deze data om verspreidings- en populatietrends van de vier doelsoorten te bepalen. Om betrouwbare trends te kunnen waarnemen, moeten meerdere jaren achter elkaar op een vergelijkbare manier gegevens worden verzameld. Zo kunnen eventuele toe- of afnames in de populatiegrootte worden vastgesteld. Dit is inmiddels het derde jaar dat wij als Vleermuizendorp Neede hieraan meewerken.

    En letten we alleen op vleermuizen?
    Zeker niet! Afgelopen vrijdag zagen we bijvoorbeeld ook een haas en een steenuil in het licht van onze koplampen. Wat zullen we de volgende keer tegenkomen?

    Tekst: Kevin

    Foto’s: Judith

  • Nachtvlinderen in ’t Woold

    Wat eind mei niet lukte, lukte midden juli wel: het organiseren van een nachtvlindernacht. Nachtvlinders voor een vleermuisstichting – is dat niet een beetje vreemd? Helemaal niet! De liefde voor een (mops)vleermuis gaat tenslotte via zijn maag. En een mopsvleermuis is een echte liefhebber van allerlei vlindersoorten.

    We waren terug in ’t Woold, op dezelfde locatie waar we afgelopen winter tevergeefs hebben gezocht naar de mopsvleermuis. Om 22.00 uur zaten we paraat om te luisteren naar de ervaringen van Anita. Zij doet mee aan het BIMAG-project van onder andere De Vlinderstichting. BIMAG staat voor Boeren Insecten Monitoring Agrarisch Gebied. Over dit project is het volgende te lezen:

    Het doel van BIMAG is tweeledig. Door vaste meetpunten in het agrarisch gebied op te zetten en op gestandaardiseerde wijze vlinders te tellen, krijgen we beter zicht op de ontwikkeling van de vlinderstand in het agrarisch gebied. Daarnaast monitoren de deelnemers nachtvlinders op het erf, op intensief beheerde percelen en op locaties met een natuurmaatregel, waardoor we een beter beeld krijgen van de effectiviteit van genomen maatregelen.

    Voor meer informatie, zie: https://www.vlinderstichting.nl/bimag/

    Na het enthousiaste verhaal van Anita begon het heen-en-weer lopen, al dan niet met een kopje koffie in de hand. We liepen tussen een verlicht laken, een LED-emmer en een stroopmengsel. Dit leverde waarnemingen op van onder andere het goudoogje, de salielichtmot, de aangebrande spanner, het papegaaitje en – met de mooiste naam van de avond – de gelijnde spitskopmot.

    Maar terug naar de mopsvleermuis en zijn jachttechniek. Vleermuizen hebben verschillende methoden om insecten te vangen. Zo zijn er vleermuizen die insecten van het wateroppervlak oppakken, anderen vangen ze in de lucht (in het Engels: hawking), en weer anderen plukken ze van bladeren (gleaning). Dit verschil in jachttechniek draagt bij aan de diversiteit van vleermuissoorten die hier voorkomen.

    Van de mopsvleermuis wordt gedacht dat hij een hawking-vleermuis is, waardoor vliegende nachtvlinders belangrijk zijn – voor hem én voor ons. Dit is vooral in de herfst van belang, wanneer vlinders door wind, vocht en kou meer op bladeren zitten en dus minder goed beschikbaar zijn als prooi voor de mops.

    Onze nachtvlinderavond vond echter plaats bij een heerlijke temperatuur, met weinig tot geen wind en zonder regen. En het is tenslotte juli! Als laatste opmerking: veel nachtvlinders worden pas laat in de nacht actief. Onze activiteit liep echter rond middernacht ten einde. Dus… wie weet wat er daarna nog allemaal heeft rondgevlogen?

    Tekst: Kevin
    Foto’s: Nelleke & Pieter & Joeke & Hillie

  • Avondbezoek aan Arnhem

    Vanaf 15 juli is het weer zover: we mogen de kerkzolders op om op zoek te gaan naar vleermuizen. Dit jaar bezoeken we kerken in Neede, Zieuwent, Beltrum en Groenlo. Natuurlijk hopen we stiekem op een ontmoeting met bijzondere soorten zoals de grijze grootoorvleermuis of de ingekorven vleermuis – dat zou een ervaring om nooit te vergeten zijn! Maar realistisch gezien is die kans klein, want deze soorten komen normaal gesproken voor ten zuiden van ons werkgebied. Toch groeit de kans langzaam door de opwarming van het klimaat. Is dat een vleugje “Always look on the bright side of life”?

    Voorlopig moeten we het waarschijnlijk doen met laatvliegers, gewone grootoorvleermuizen, baardvleermuizen of dwergvleermuizen. Vorig jaar troffen we alleen de gewone grootoorvleermuis aan – een bescheiden begin, maar we waren tevreden.

    Zoldertellingen zijn belangrijk, juist omdat sommige soorten lastig te detecteren zijn met batdetectors. Vleermuizen jagen met behulp van echolocatie: ze zenden geluiden uit en luisteren naar de weerkaatsing om hun prooien op te sporen. Sommige vleermuizen “roepen” luid, anderen “fluisteren”. Het zijn die fluisteraars die we hopen tegen te komen op de zolders die we onderzoeken.

    Maar waarom helemaal naar Arnhem? We waren daar voor een opfrisavond én om collega-tellers te ontmoeten – en beide doelen hebben we ruimschoots behaald. We werden bijgepraat over onder andere het invoerportaal, de rol van onze telleider (verbeeldden we ons dat hij wat bleekjes werd?), verzekeringen, veiligheid en het verdere gebruik van de verzamelde gegevens. En met de collega’s? Handen geschud, koffie gedronken, telefoonnummers uitgewisseld – kortom: een geslaagde avond.

    Trouwens, een autorit heen en weer naar Arnhem biedt ook de perfecte gelegenheid om de “vleermuisbanden” weer eens flink aan te halen!

    Tekst: Kevin
    Foto: Hillie