De vleermuis

‘Onbekend maakt onbemind!’

Vleermuizen horen tot de orde ‘Chiroptera’. ‘Chiro’ =  hand en ptera = vleugelig. Het zijn dus handvleugeligen. Ook al vinden we ze over het algemeen vreemd en vaak zelfs angstaanjagend, het zijn volstrekt normale dieren. Vrijwel iedereen heeft – misschien zonder het te weten – wel eens een vleermuis zien vliegen op een mooie zomeravond. Daarmee houdt de kennis in veel gevallen op. Vooral het onbekende maakt dat heel wat mensen angst voor deze dieren hebben. Onnodig! Vleermuizen zijn juist heel nuttige dieren die vooral beschermd moeten worden. Wettelijk is dat al voor ze geregeld. Fysiek valt er nog veel te doen.

Vleermuizen gevaarlijk?

‘Overbrenger van ziektes’

Vleermuizen kunnen (net als de meeste andere zoogdieren) ziektes overbrengen. Het is een algemene misvatting dat elke vleermuis hondsdolheid (rabiës) heeft en dus gevaarlijk is. In werkelijkheid is bij slechts twee van de 21 in Nederland voorkomende soorten vleermuizen ‘een’ soort hondsdolheidvirus aangetroffen. Dit betreft het ‘European Bat Lyssa’-virus (EBL).

De meervleermuis en de laatvlieger kúnnen met dit hondsdolheid virus besmet zijn. In Neede en omstreken komt alleen de laatvlieger voor. De laatste jaren is gemiddeld 15-20% van de voor onderzoek aangeboden laatvliegers positief op het EBL-virus getest. Het percentage besmette dieren van de totale populatie in Nederland is waarschijnlijk veel kleiner. Onder meervleermuizen komt het virus nauwelijks voor.

De meesten van ons zullen het verschil tussen de ene en de andere soort vleermuis niet kennen. Daarom is het zaak om rechtstreeks contact met vleermuizen te vermijden.

Ter geruststelling:

  • Bij de meest voorkomende vleermuissoort in Nederland – de gewone dwergvleermuis – is het virus nooit gevonden, ook niet buiten ons land.
  • Voor zover bekend heeft in ons land tot dusverre geen mens en huisdier het virus opgelopen.

Kun jij besmet worden?

‘Belangrijker: hoe voorkom je dat!’

Alleen al door te weten dat een vleermuis besmet kán zijn, ben je alert. Het is vooral belangrijk dat ook kinderen dit weten. Een mens kan de ziekte namelijk alleen maar krijgen als

  • je door een besmette vleermuis wordt gebeten of
  • als je met een wondje op je handen tóch een vleermuis hebt aangeraakt.

‘Waarom zou een vleermuis je bijten?’

Vleermuizen kunnen niet zo goed zien en ‘kijken’ daarom via hun oren. Ze luisteren naar de echo’s van kreetjes die ze vooral met hun mond uitstoten. Op deze manier krijgen ze een beeld van de omgeving. Dat betekent dat ze – als ze rond willen kijken – hun bek ver open sperren en hoge piepgeluidjes maken. En zo’n geopende bek kan er best eng en gevaarlijk uit zien. Dat wil echter niet zeggen dat de vleermuis agressief is.

Net als elk ander wild dier dat doet, zal ook een vleermuis zich verdedigen als je hem probeert op te pakken. Zolang je dus niet probeert een vleermuis te vangen of met blote handen vast te pakken, is er niets aan de hand.

Wat moet je doen als je een vleermuis vindt?

Vooral niet aanraken!

Wil je een vleermuis die op een vervelende plaats ligt of hangt toch weg hebben:

  • neem dan een potje;
  • zet het potje over de vleermuis en schuif met een kartonnetje de vleermuis er in;
  • waarschuw een deskundige bij je in de buurt.

Voor de Oost-Achterhoek: zie de Vleermuiswerkgroep op deze website

Voor meer informatie ga naar VLEERMUIS.net, een initiatief van de Vleermuiswerkgroep Nederland (VLEN).